is toegevoegd aan uw favorieten.

De vreemde heerschers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

dien bevenden, trotschen trek om den mond en dat heuglijke in de oogen.

„Het is een wonder", zei hij, „in geen tien jaar is het in Cavarna gebeurd".

„Er was van te voren niets van te zien", zei Pietro kalm.

„De laatste maal dat ik weet", hervatte Marco, „is bij den vader van den sindaco geweest, maar toen is het koebeest gestorven".

Genoveffa was verdwenen; opnieuw klonk een zacht,, weldadig na-loeien uit den stal. Pietro luisterde.

„De koe maakt het best", zei hij, „ik ga ook nog eens kijken".

Maar Marco, met zijn opgetogen, roodig gelaat, waarin de oude oogen fonkelden als van een lichte koorts, kon niet langer blijven.

„Andiamo, andiamo", zeide hij met drang tegen Riccardo.Hij had haast, om het opzienbarend nieuws ook bij anderen te vertellen, en het kwade van den brief leek hem minder erg. Het goed geluk hier, deed hem plots ook daar in den vreemde, Marco en Antonio zien* Muzzo's, die zich rijk werkten....

Even keek Riccardo nog den stal binnen, waar middenin, op het gespreide strooleger, de groote moederkoe lag, de mooie, zacht koffie-en-melk-kleurige koe met haar fijne, bleeke horens; en er naast de twee weeke, onnoozele kalfjes, tegen de flaske plooien der moederbuik aangedrukt.

Ook Marco moest voor 't weggaan nog eenmaal kijken; hij zag aan de stille, droomzachte oogen van het dier, dat alles'goed was.

„Andiamo. andiamo", zei hij, en hij drong den jongen door de staldeur naar buiten.

Zij liepen weer het nauwe, hobbelige straatje achter de Osteria della Posta, kwamen een kil-vunze poort