Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uw redder, die u allen voeren zal naar 't vergelegen land der eeuwigheid, naar 't land van vrede en van diep geluk, waar nooit de ijz'ren daemonsvlerk zal slaan de stilte van die nieuwe, verre heem'len.

Een Arme'.

Zal dat eens zijn? Komt, broeders, wij voorop! Dien Koning, die een man van 't lijden is, begroeten wij, zoover wij kunnen gaan op onze moede, afgetobde voeten.

(De armen dringen door de anderen heen, naar voren.)

Ziener:

Hij is van allen de even-lieve moeder, die alles zijnde, allen alles wordt. i Trek op dan, volk van Israël, en juicht, slaat al de poorten uwer steden open zoo wijd gij kunt, en stelt de trouwe wachters op muren en op torens, dat zij melden het verre komen van uw Koningskind, dat heel uw volk in zijn liefde wint, en heel uw liefde voor uw vrede vraagt, en heel Zijn liefde voor uw vrede waagt. Gaat Hem in zangen biddend tegemoet, want Hij is liefelijk, als honig zoet. In uwen strijd trekt Hij als Koning voor, teekent met martelbloed Zijn winnend spoor, ^vijl uit Zijn lippen glanst het helder woord, dat alle wegen veilig maakt en licht, ombloeid van lentebloemen, bloesemtwijgen. Roept Hem met al de liefde van uw hart, het hart van 't vrome Israël, verkoren den zang van 't nieuwe Paradijs te hooren.

Een Rijke:

Voor Hem een koningsmantel van brokaat! Een Arme:

Een purp'ren kleed voor wie als Koning lijdt! Wij armen gaan voorop!

Jonge Moeder:

Het reine kind zal van de kind'ren wel het meeste houden. Hosannah voor het reine Koningskind!

Jong Meisje:

Wachter, wat wordt er van den langen nacht?

Ziener:

Hosannah hem die den Verlosser vindt!

10

Sluiten