is toegevoegd aan je favorieten.

Gewetensvrijheid ook inzake krijgsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

Geven te kennen, ondergeteekenden, behoorende tot verschillende richtingen,

dat er in ons land op dit oogenblik personen zijn, die tegen den militairen dienst principiëele bezwaren hebben;

dat enkele van deze personen geweigerd hebben te voldoen aan eene oproeping, hun vanwege de overheid verstrekt;

dat er reeds' een dertigtal van deze in de gevangenis zijn opgesloten, omdat zij op grond van gewetens- of geloofsbezwaren elke deelneming aan den dienst weigerden;

dat de Grondwet in art. 180 bepaalt: „Alle Nederlanders, daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot handhaving van zijn grondgebied":

dat deze personen, door hunne geestesgesteldheid niet in staat zijn mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van zijn grondgebied;

dat het Hoog Militair Gerechtshof dan ook terecht zulke personen „ongeschikt" verklaart „óm in den militairen stand te blijven", gelijk geschied is in de zaak der principiëele dienstweigeraars Horst en Lubben (sententie van 19 Sept. 1916);

dat volgens Militiewet art. 21 vrijstelling van den dienst wordt verleend o.m. aan hem, die een geestelijk of godsdienstig menschlievend ambt bekleedt of daartoe wordt opgeleid;

dat men blijkbaar, met 't oog op de moeilijkheid om te kunnen beoordeelen wie ter zake hunner geestesgesteldheid vrijstelling moesten verkrijgen, die vrijstelling heeft verbonden aan het ambt;

dat het, naar ondergeteekenden voorkomt, thans tijd is om de vrijstelling té verbinden aan den persoon;

dat meer en meer onder ons volk het besef levendig wordt, dat principiëele dienstweigeraars niet als misdadigers mogen worden gestraft, maar van den militairen • dienst behooren te worden vrijgesteld — gelijk blijkt uit het oordeel van de redacties van bladen en tijdschriften van verschillende richting, o.a. „De Nieuwe Amsterdammer", „De Standaard", „De Blijde Wereld", „Het Weekblad voor de Vrijzinnig Hervorfiiden", Het Christelijk Volksblad", „De Hervorming", „Eenheid", ^Omhoog", „Teekenen des Tijds", „De Protestant" —;

dat ondergeteekenden op grond van bovenstaande, en onder verwijzing naar het u toegezonden adres der 44 predikanten d.d. 23 Juni • 1915, er krachtig op aandringen het daarheen te willen leiden, dat eene speciale regeling voor de principiëele dienstweigeraars worde gemaakt, in dier voege, dat zij onder gehoudenheid nader te bepalen lasten te dragen, vrijgesteld worden van den dienst, en alzoo op grond van het feit, dat zij trouw overeenkomstig hun overtuiging trachten te leven, niet meer als misdadiger worden behandeld.

In no. ii vau *De Schakelt, orgaan van den Godsdienstig Democratischen Kring {onder redactie van Ph. Kohnstamm, J. H. Gunning Wzn , .Paul Scholten, M. J. A. Moltzer) schrijft Ds. A. J. P. Boeke uit Schoorl een artikeh De Actie voor Conscientievrijheid*, waarin wij lezen:

Zonder te kunnen aantoonen, in hoeverre de prediking van het Evangelie van het Koninkrijk Gods hierbij van invloed is geweest, heeft mij altijd getroffen dat onder de volkeren, waar hel Christendom ingang had gevonden, steeds de vrijstelling van den krijgsdienst in de praktijk is voorgekomen. En nog eens, zonder ook weer in eenig opzicht omtrent de oorspronkelijke bedoeling bij de vrijstelling der geestelijkheid in al die landen zekerheid te hebben, meen ik dat de gedachte, dat er overal steeds burgers konden wezen, voor wie de krijgsdienst in strijd met