is toegevoegd aan uw favorieten.

Bestuursorganisatoe op economischen grondslag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

antwoordel^kheid durft te dragen. Dan eerst is hij in den waren zin des woords ambtenaar, dat wil zeggen de drager van een ambt.

Dit geldt evenzeer voor den eenvoudigsten schrijver als voor den allerhoogsten chef.

Laat de menschen de beteekenis van hun arbeid als tandje van een wiel in-het groote raderwerk begrijpen, laat hen gevoelen, dat zij rechtstreeks nuttigen arbeid verrichten en tref dan tegelijkertijd maatregelen, dat die arbeid een zoo groot mogelijk nuttig effect heeft, dan zal het woord „ambtenarij" tot een loftuiting worden.

„How to manage men", dat is de opgave waarvoor men zich in de eerste plaats gesteld ziet. Natuurlek is het systeem daarbij van groot belang, maar men vergete nooit, dat het systeem middel is tot een doel.

Door betere organisatie van den dienst, door een heter werkplan, door betere werkmethodes zal het rendement van den departementalen arbeid worden verhoogd, doch vooral als die arbeid wordt beheerscht door den waren geest.

De reorganisatie beginne dus van boven af. 4 Men zou ook kunnen zeggen de reorganisatie beginne van binnen uit. h ï ; ' l

Wanneer men als buitenstaander met den departementalen arbeid in aanraking komt, wordt men allicht op het eerste gezicht getroffen door verouderde methodes, door organisatorische fouten en gevoelt men de geneigdheid om daarin onmiddellijik verbetering te brengen. Zou men er evenwel in slagen dergelijke verbetering tot stand te brengen, dan zou het kunnen blijken, dat nog maar zeer weinig was bereikt, omdat een zekere incongruïteit tusschen het ongewijzigde oude en het nieuwe was ontstaan en de departementale geest zich aan het nieuwe niet behoorlijk wist aan te passen. Van onwil behoeft daarbij nog geen sprake te zijn, maar wel van een gemis aan aanvoelen van de eischen van het nieuwe, waardoor een wrijving ontstaat, welke de aanvankelijk verkregen voordeden weder opheft. Het beste systeem bijv. van registreeren en bewaren der departementale stukken loopt spaak, wanneer niet allen van laag tot hoog, met den Minister incluis, 'zich onderwerpen aan de voorschriften, die een regelmatig functioneeren van het systeem moeten waarborgen.

Dit kan slechts bereikt worden, wanneer allen begrijpen in welke richting wordt gestuurd, wanneer niet geregeerd wordt door het doode reglement maar door het levende woord.

Vóór alles zal dus noodig zijn, dat door de hoogere ambtenaren meer leiding bij den arbeid wordt gegeven.

Zijn zij daartoe ook in staat?

Deze vraag stelt ons voor de kern van het probleem.

Van den toekomstigen onderwijzer wordt gevraagd, dat hij studie maakt van de paedagogiek, dat hij de noodige kennis verwerft van de kunst om kinderen op te leiden. Ook voor den militair, die voor