Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij dicht een lied (niet een van zijn beste) op de wijze Wilhelmus van Nassouwen.

Hooggespannen waren zijn verwachtingen, toen Elizabeth in 1577 eindelijk tot daadwerkelijke hulp aan de Nederlanden bereid scheen. Hij hoopte eerlang zelf daarheen te gaan; hij spoort Languet aan, zijn talenten en ervaring in dienst van Oranje te stellen „in hac nova republica formanda". „Deze nieuwe staat", — de Nederlanders zelf wisten het nog nauwelijks, dat zij er een gingen vormen! De oude voorzichtige Languet werd met vrees vervuld, „dat de gloed der jeugd hem een onbezonnen plan van dienst nemen in de Nederlanden zou inblazen , en dat zijn noodlot hem aan zijn land en zijn vrienden zou ontrukken door een roemloos einde." Zoo zou het einde komen, maar niet roemloos.

Het duurde nog zeven jaren, eer Elizabeth eindelijk, aarzelend, het uur gekomen achtte, om haar troepen tot hulp aan de Vereenigde Provinciën uit te zenden. Het was het hachelijkste oogenblik in onzen vrijheidsoorlog. Oranje was dood, Maurits nog bijna een knaap. Rondom vernauwde zich de kring van Parma's opdringende strijdmacht. Het Noorden des lands met uitzondering van Friesland was in Spanje's macht; IJsel en Maas vormden onze grenzen, Antwerpen was ingesloten en ging eerlang verloren.

Nog voordat Leicester, als bevelhebber der En-

Sluiten