Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII. Beplant areaal, te verwachten uitbreiding en productie.

De met peper beplante oppervlakten bedragen, naar schatting, voor:

de afdeeling Landak 15 bahoe.

„ onderafdeeling Singkawang 300 „

., „ Lara en Loemar 1000 „

„ „ Sambas 6 „

„ „ Pamangkat 50 „

Totaal 1371 bahoe.

Uitbreiding van dit areaal is slechts in Lara en Loemar te verwachten, waar in het plantseizoen van 1911 b.v. 93 bahoe meer in cultuur genomen zijn. Ook in de Chineesche vestigingen Prigi, Behe en Setaik der afdeeling Landak wordt uitbreiding waargenomen, boewel- f"e~ brek aan goedkoop werkkapitaal voor velen een bezwaar is. In de andere afdeelingen, c. q. onderafdeelingen, van dit gewest is de winst, welke men maakt, te- gering om zich meer op deze cultuur toe te leggen, terwijl in Sambas de bodem weinig geschikt is voor de peperplant. De productiecijfers worden als volgt opgegeven:

voor Pamangkat . v + 1.000 pikol.

„ Sambas „ 100 „

„ Lara en Loemar „ 30.000 „

„ Singkawang „ 3.800 „

„ Landak „ 500 „

Totaal ± 35.400 pikol.

De oogst van 1911 zal wel eenigszins beneden dit cijfer gebleven zijn in verband met de langdurige droogte, terwijl toeneming van de opgegeven hoeveelheden, in verband met het hiervoren aangeteekende, niet te verwachten is. In hoofdzaak wordt de oogst tot witte peper verwerkt; nauwkeurige opgaven kunnen echter evenmin omtrent de witte als aangaande de zwarte peper worden verstrekt.

RESIDENTIE ZUIDER- EN OOSTERAFDEELING VAN BORNEO.

De peper, afkomstig uit de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo, wordt hoofdzakelijk geteeld in de afdeeling Tanahboemboe. In de districten Poelau Laoet en Tjantoeng is het eene ware volkscultuur; vroeger werd ook peper verbouwd in het leenplichtig landschap Pagatan en Koesan, doch sedert 1910 heeft die cultuur aldaar opgehouden te bestaan. De afdeeling Amoentai brengt slechts enkele pikols voort.

Sluiten