Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vragen naar de wenschen der natie en zijn macht is onbeperkt. De constitutioneele regeeringsvorm echter gaat uit van het beginsel, dat er is een gemeenschap van belang en toewijding tusschen vorst en volk; 's Konings macht berust op de grondwet, welke tevens de waarborgen tegen overschrijding dier macht inhoudt. Op staatkundig gebied heeft er samenwerking plaats tusschen den Koning en de vertegenwoordigers van het volk; beide, Koning en volksvertegenwoordiging, vormen gezamenlijk de wetgevende macht en die volksvertegenwoordiging, die natuurlijk belang heeft bij de wijze, waarop het land bestuurd wordt, waarop alzoo het regeeringsgezag wordt uitgeoefend, zal den Koning bij de uitoefening van die taak willen controleeren. Daaruit volgt onvermijdelijk, dat die volksvertegenwoordiging, wanneer zij grieven heeft tegen de wijze waarop genoemd bestuur wordt uitgeoefend, aan die grieven ook vrij uiting moet kunnen geven. Maar zal zij haar critiek tegen den Koning kunnen richten? Zal zij tegen hem te kennen kunnen geven, dat zij zich niet met het regeeringsbeleid kan vereenigen ? Die vraag moet ontkennend beantwoord worden en hiervoor gelden verschillende redenen. In de eerste plaats wegens den aard van het Koninklijk gezag. Immers de Koning is de verpersoonlijking van de staatseenheid; hij heeft de uitvoerende macht, legt het staatsbedrijf ten uitvoer, waaronder is begrepen het uitvoeren van wetten terwijl ook de rechtspraak in zijn naam wordt uitgeoefend. Wat zou er van de Koninklijke waardigheid overblijven wanneer de critiek, die ten slotte overal wordt geoefend, zich tegen hem ging richten? Bovendien zelfs al stelde men den vorst verantwoordelijk, het zou weinig practisch gevolg hebben.

De Koning is dm onschendbaar.

WUTHOPP. j

Sluiten