Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En in de tweede plaats: het karakter van een, die alleen durft staan, steunt de zwakken. Wat in ons leeft, leeft toch ook wel in anderen. En die anderen zullen zich uiten, wanneer maar éen den moed van het uiten heeft getoond. In de geschiedenis, in de staatkunde, in den godsdienst zijn de voorbeelden voor het grijpen. Voor het. grijpen zijn zij ook in het dagelijksch en maatschappelijk leven. De valsche schaamte van den een wordt overwonnen door den moed van den ander.

En ten derde: alle zwakken, alle boozen,allen, die hoonen en spotten, eindigen met hulp te vragen aan wie zij hebben belachen en gehoond en bespot. Niet hunner is het einde; het einde is aan wie staan bleven voor de overtuiging huns harten.

In alle tijden, maar in onze dagen vooral hebben wij behoefte aan menschen van overtuiging. Behoefte is er aan menschen met teer gevoel, met groot verstand en met een wil van erts. Niemand, die gloeit voor wat goed en heilig is, late zich ombuigen door de opinie van luidruchtigen — dit gericht gaat door de wereld, en alle dagen wordt het voltrokken: wie het goede en het heilige hebben gehoond, zij eindigen met wie er aan trouw bleef vast te houden aan de slippen van zijn kleed, hem vragende om zijn zegen.

21 November 1892.

Sluiten