Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het leven houdt, wanneer deze aan haar is vastgehecht. Wat der waarheid en wat der fantasie is, is in zulke gevallen niet spoedig uit te maken en eischt kennis van zaken, kennis van toestanden en bovenal: menschenkennis.

De vraag: „wat is waarheid?" mag niemand laten rusten, maar hebben wij ons voortdurend en met klimmenden ernst te stellen. Om twee redenen is dit onze plicht. Wij vragen er een weinig aandacht voor.

Vooreerst hebben wij te vragen: „wat is waarheid ?" wijl in de meeste gevallen de waarheid onzuiver tot ons komt. Laat ons niet spreken van de boosaardigheid, die, om aan het gevoel van wraak of haat te voldoen, of ook die door wangunst wordt aangezet, den evenmensen tracht zwart te maken. We hebben te wijzen op iets anders: op de eigenaardigheid n.1. van velen — en wie heeft van die eigenaardigheid heelemaal niets in zich? — om de dingen uit te leggen, zooals men ze gaarne uitgelegd ziet. Wat men aan godgeleerden en rechtsgeleerden wel verweten heeft, dat zij eerst een eigen meening hadden en daarna diè meening afleidden uit Schrift of Wetboek — naar zich toe exegetiseeren — dat hebben in meerdere of mindere mate eigenlijk alle menschen. De neiging om „scheef te zien in de richting van onszelf" is ons aangeboren. Wie nu niet zichzelf, maar de waarheid dienen wil,

Sluiten