Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXV VOOR DE PRACTIJK

Er zijn menschen, die, als zij worden toegesproken, droomerig de oogen opslaan, als werden zij gewekt uit een oord, ergens hoven lucht en wolken. Ondeftig zijn zij niet, noch onwelwillend, noch onwelbespraakt, noch onberedeneerd, noch onbegaafd. Integendeel — men heeft hen gelukkig te prijzen wegens het bezit van vele goede eigenschappen. Maar zij zijn niet met hun volle aandacht bij de zaken, die zij dagelijks onder handen hebben, althans niet zonder dat het hun bijzondere inspanning kost. Zij mogen veel voortreffelijks hebben, maar zij hebben geen aanleg voor het b e k n o p t e. Zij

Sluiten