Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel, want hij zegt bijv. na het verhaal van de vrome smid : „Zoo ongeveer sprekende, — want zeker heeft mijne pen een en ander woord veranderd of eenige boersche uitdruk^ king beschaafd — zoo sprekende," enz. En in zijn hoofdstuk Armenzorg vertelt hij van> een arme vrouw, aan wie ondersteuning geweigerd wordt en die toornig haar rechten gaat verdedigen. „En nu," zegt hij, „sta vast ! Ik heb geen' lust om dien vloed van woorden op te teekenen ; ieder kan ze zich zoo wat verbeelden."

Juist. Dat is de fout. Die afwezigheid van lust om de vrouw in zo'n moment te boetseren. Hij kan het niet. En hij voelt dat. Gebrek aan beeldend vermogen.

Het boek is niet geschréven, in de sin van geschapen. Het is bijeengepraat, het is een volgepraat boek.

Soms zakt hij tot de kletstoon, als hij bijv. zegt: „Lezers ! ik heb altijd de waarheid bemind, nooit ze geschroomd of vermeden," of : „Altijd is mij de kinderlijk eenvoudige geest van het evangelie lief geweest," of : „Ik heb altijd een kinderlijk ontzag gehad voor grijze haren," enz.

In dat praten, zit de deugd en de zwakheid van het boek. Dat wat geschreven is, met poging om te stileren, telt eenvoudig niet mee. .

Het boek heeft waarde als historiese reportage. Als ik in een spoortrein een toneelspeler ontmoette, die onvermoeid keuvelaar was en die al maar vertelde van zijn leven en zijn omgeving, dan zou ik met belangstelling luisteren. Op die manier zit ik tegenover Van Koetsvelds boek. Met een grage blik in een vreemde wereld.

Maar ook hij, die het dorpsleven en de domineeswereld kent, kan met plezier luisteren en kijken naar al dat bekende, ondertussen vertrouwelik lachend en knikkend : Ja, ja ! Zo is het 1

Is de belangstelling voor het onderwerp evenwel weg, dan schiet er van het boek niets meer over. Dit blijkt, als men zelfs de goede stukken er uit voor de derde keer leest. Ergerlik van verveling.

De vordering van onze nationale ontwikkeling in de laatste kwarteeuw bestaat juist daarin, dat mannen als Van Koetsveld buiten de Literatuur zijn gedrongen. Zij mogen schrijven over geschiedenis, over godsdienst, socio-

Sluiten