Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de prent, die van een pamflet vergezeld was, wees op Indië en de volgens velen ongunstige bepalingen daarover in de Trèves. De prent, met den ouden schipper die met een krijgsman om den gouden stok trekt, is fraai, maar toch niet zoo karakteristiek als een andere, naar het heet door Adriaan van der Venne ontworpen, die Spinola vertoont met een Olijftak, den Paus, en eenige Spanjaarden, die gereed staan de Nederlanders in stroppen te vangen. Van Adriaan van der Venne gesproken, die bewonderenswaardige schilder van het volksleven is maker van een groot schilderij (dat in 's Rijks Museum te Amsterdam hangt). „De zielenvisscherij' dat eigenlijk een geschilderde zinneprent is. Dit werk, waarop vele bijfiguren, met name het aan de oevers opgestelde publiek, zeldzaam mooi van typeering en schildering zijn, is immers duidelijk bedoeld als een pleidooi voor de Hervorming : men vergelijke de arglistige uitdrukking van de katholieke priesters in het eene schuitje met de sereniteit der protestantsche in het andere.

Maar nu komt de strijd tusschen Arminius en Gomarus, Remonstranten en Contra-Remonstranten, die eigenlijk een strijd tusschen staat en kerk was, en waarin de machtige provincie Holland, met Oldenbarneveldt aan het hoofd, tegenover een meerderheid der Staten stond. Tot Maurits' partijkiezen voor de Contra-Remonstranten scheen de schaal naar de zijde der anderen over te hellen, totdat de Stadhouder-Veldheer, door Neef Willem Lodewijk en door wrok tegen den Advocaat, meer dan door een vaste overtuiging in zake praedestinatie geleid, zijn zwaard aan de Gomaristische zijde legde. Een knappe gravure van Remonstrantschen kant brengt dit geval in beeld. Wij hebben hier slechts te maken met de opzichzelfstaande waarde, als satire en als kunstwerk, van deze prenten, en dan moet gezegd dat ze hoog boven de meeste van dien tijd uitsteekt. Nederlandsche Kunst VI ' 2

Sluiten