Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat bij zijn vrouw verdedigde, maakte het meisje nog driftiger.

Ook <— er was zoo iets minachtends in zijn stem; tegenover haar — Lies —* net of hij dacht: „Wat doé je min, wat val je me nü tegen."

En moeder dan, die nog veel erger zondigde..... in het geniep jal in het geniep stiekum.

— „Welzeker! Moet u nou op mij neerkijken?" vroeg ze gejaagd. „Is het soms mijn schuld, dat moeder altijd met dien lammeling samen is, afspraakjes maakt......"

Mevrouw Verschoore werd heel bleek; ze stond voor de theetafel, nerveus rammelend met de kopjes.

— „Kom genoeg, man! Laat 'r razen. De hitte maakt 'r dol. Wie wil thee?" viel ze 't meisje in de rede.

m* ,,'t Is tóch zoo! Ik bèn geen bedriegster; ik raas niet; de hitte maakt me niet dol! Neen vader!" schreeuwde Lies.

Alle beheersching over zichzelf had ze verloren.

— „Dat is om Jan, dat ze zoo opspeelt; waarom vertelde jij dan ook van dat meisje!" verweet mevrouw

Verschoore haar man, onredehjk „Weèt je dan niet,

dat ze zoo met hem dweept?"

— „Wel nee, vrouw \" antwoordde Verschoore onverschillig. ,,'n Kalverenliefde," dacht hij schouderophalend.

mm „Het is dan toch maar zoo; en nu wreekt ze zich op 'r onschuldige moeder," stamelde zijn vrouw, bang vermoedend dat het onheil moeihjk te weren zou zijn. O! ze kende Lies heel goed in 'r uitbarstende drift, die van klein kind af — nooit te beteugelen was.

Spierwit •— met gebalde handen —' in haar liefste, hei-

Sluiten