Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God's handen en in die van dezen jongeling, en ik bid u hem te behandelen als uwen zoon."

De koningin, Beatrijs, werd naar eene schoone kamer aevoerd, en Oriant, de koning, begaf zich tot Matabrune, 1 en vertelde haar van Helias, den jongeling. Matabrune verbleekte, en ze trachtte nu goede en zoete woorden te I vinden, doch zij kon niet beletten, dat de koning beval, om Macharis gevangen te zetten. De koning reed naar I 't woud, en hoorde daar van den kluizenaar t verhaal, I dat hem Helias voor waarheid had verteld. Daarom het de koning voor den jongeling een harnas maken, en hy stelde I de koningin, de edele Beatrijs, in vrijheid. Macharis werd 1 door vier dienaren bewaakt, en moest tegen Helias kampen. I

Macharis was angstig, toen hij 't strijdperk binnen-reed, ziende den edelen jongeling Helias, krachtig m zyn harnas. Hij wilde het niet laten blijken, hoe bevreesd hy was, en daarom riep hij spottend: ; I

„Meent gij tegen mij te kunnen strijden, jongetje? Ik 1 zal'u laten zien, hoe sterk ik ben." Helias nu antwoordde :

„Verrader, ik ben blijde u hier te zien, ik zal op u de eer mijner moeder wreken."

Ze reden op elkander in. Door het geweld van den stoot, stortte Macharis ter aarde.

Hii stond weder op. . . ,,

„Ik zal u laten gevoelen, hoe krachtig myn arm is.

Helias riep: f

Welaan! rijd maar wakker toe. ' Ze lieten beiden hun lansen zinken, en, spiedend, ontdekte Macharis een plek in des jongeling» harnas, die het vleesch niet bedekte. Daar stiet hy en Helias bloed vloeide. Nu meenden Beatrijs en allen, die met haar waren ] dat Helias was getroffen, en een ieder was verover zeer; bedroefd. Helias echter werd nog moediger, en hy kreet met een stem, fel-flitsend als de bliksem:

Verrader, is het u niet genoeg, dat gy m ,ne moeder

Sluiten