is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later benadeeld en geeft hij uiting hieraan, dan kan hij hooren: „dat is handel". En een geteekend contract is bij het inroepen van eene rechterlijke beslissing meer waarborg dan eene mondelinge overeenkomst, al werd vroeger eene „in den dronk" verrichte handeling dikwijls krachteloos, van nul en geener waarde geacht.

Een ouder, ervaren persoon, gelijk Brant van Shchtenhorst zich in zaken toonde, omzichtig en standvastig, zou zich door de handigheden en gulle aanbiedingen van hen, die hun woord jegens hem niet wilden gestand doen, zeker niet in den val hebben laten lokken. Hij achtte het accoord krachteloos, niet anders kunnende aannemen dan dat zijn zoon „door den dronck" eene hem niet toerekenbare daad verricht had. De tegenpartij ontkende dit en in de advocatentaal dier dagen bij monde van Dr. Penninck heette het: 1) „Want dat de impetrant hetselvige soeckt met den dronck ende ignificatie van siin soon te renverseren ende overhoop te werpen, sulcx is wel vreemt endeinpertinent, aengesien, sooveel die dronckenschap zoude aengaen, behalve dat daervan in 't minste niet en bliickt, soo sal desen gedaechde 2) met alle, die daerover ende aen siin geweest, by eede verklaren, dat des impetrants soon Dr. Shchtenhorst ten tyde, als die transactie is geschiet ende dieselve schriftehek is vervat, gantzelick noch niet beschonken is geweest.

Daerom, ofschoon dieselvige daernae magh droncken geworden siin, geliick sy wel gelooven, doordien sy te samen, over het goede accoort wel tevreden siinde, lustich ende vrolick siin geworden, kan bversulex sodane dronckenschap, hem naderhant overkomende, het accoordt niet infringeren."

Zelfs, de verweerders namen dus aan, dat dronkenschap — er zijn wel vijf graden van bedwelming — wel eene reden zou zijn om de overeenkomst nietig te verklaren

Het Hof van Gelderland zou voor de zooveelste maal den aanlegger Brant van Slichtenhorst in het gelijk stellen en hem veel meer toekennen dan de kleine aangeboden som gelds.

Het beloop van de rechtszaak tegen zijne lastgevers, die toegezegd hadden hem te zullen vrijwaren van kosten en schaden, dient hier aangegeven te worden, daar men dan duidelijker zal inzien, dat Arend van Slichtenhorst zich eerst na het vertrek van zijn vader naar Nieuw-Nederland geheel kon wijden aan de zich zei ven opgelegde taak van beschrijving des lands van Gelder.

Het was een goed getal ingezetenen van Nykerk geweest, die aan Brant Aerts van Slichtenhorst en Thomas Willems van Vredeneng of Henrick Henricks Ruyter volmachten hadden

ook op dien der bewoners slaat bij eene vergelijking tusschen het Nymeegsche en het Arnhemsche kwartier. Het is:

In de Betuwe vette ossen, jj

Op de Veluwe leepe vossen. a

1) Art. 23—26.

2) nl. Henrick Elberts.