is toegevoegd aan uw favorieten.

Justijn de Martelaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

Een gezonde redeneering gaat tot een verhard en ongehoorzaam hart niet in, maar keert als ware zij teruggedrongen tot zichzelve weer 1).

jf

IX

Gelijk gezondheid een goed van het hchaam is, zoo is kennis van God een goed van de ziel, daar zij in zekeren zin gezondheid der ziel is, krachtens welke gelijkwording aan God plaats heeft 2).

X

Gelijk voor alle hchamen, die door God ontstaan zijn, mede (de eigenaardigheid) bestaat dat zij een schaduw hebben, zoo volgt ook voor God, die rechtvaardig is, (de eigenaardigheid) dat hij aan wie het goede verkozen hebben en aan wie de voorkeur gegeven hebben aan het kwade, aan elk naar verdienste toedeelt3).

XI

Bezwaarlijk is de ziel terug te dringen naar de (goede) dingen, waarvan zij weggegleden is, bezwaarlijk ook af te dringen van de slechte, waaraan zij gewoon geworden is4). Mocht gij temet uzelven een verwijt hebben, willen maken, dan had ik alhcht bij het geneesmiddel des berouws met het oog op u zekere zeer goede verwachtingen gekweekt, doch aangezien gij het ontzag volkomen gering geschat hebt en gespogen

') Uil Joh. Dam. a) Uit Joh. Dam. ») Uit Joh. Dam. 4) Bij Joh. Dam. op naam van Just. Ook bij Ant. Melissa I 19.