Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God heeft Jezus Christus daarin gesteld tot een betooning van zijn rechtvaardigheid.

Allereerst wordt die rechtvaardigheid Gods betoond, uitdrukkelijk en ontegenzeggelijk bewezen, door, dat is wegens, de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder deverdraagzaamheidGods.

Indien het woord vergeving hier in de vertaling gehandhaafd wordt, moeten we denken aan de vergeving, die bij het schaduwachtige offer onder het Oude Verbond plaats had. Dat was een vergeving onder de verdraagzaamheid Gods. Gods rechtvaardigheid betoonde zich daarin slechts zeer ten deele, slechts in een schaduw, in den dood der offerdieren. Die rechtvaardigheid wachtte op het ware Offer en vergaf vooruit, zonder voldaan te zijn. Zij moest doorbreken en zich toonen in het ware Offer.

Het woord hier door vergeving vertaald is echter niet het gewone woord, waarmee het Nieuwe Testament vergeving uitdrukt. Het komt alleen op deze plaats voor en beteekent het voorbij laten gaan, het dulden en ongestraft-laten. "Zoo heeft deze Schriftplaats een wijder strekking dan dat ze alleen op de verdraagzaamheid Gods onder Israël3 offerdienst zou zien.

Niet alleen Israël maar het gansche menschdom heeft de Heere verdragen in hun zonden, zonder dat in de menschelijke historie de rechtvaardigheid Gods zich heeft bewezen. Wel brak die rechtvaardigheid ten deele door in tijdelijke straffen, in ontzettende gerichten ook, als in den Zondvloed, in Sodoms verwoesting, in Korachs verderf en in de uitroeiing der Kanaanieten, in allerlei bedeeling van Gods toorn onder de volken. Maar toch geschiedden de zonden onder de verdraagzaamheid Gods; de Heere ging die zonden veelzins voorbij, zijn rechtvaardigheid vergold de ongerechtigheid in den tijd niet naar eisch. In Jezus Christus, in zijn bloed, heeft Gods rechtvaardigheid zich betoond. Eer Hij de zonden, ook waar Hij wilde vergeven, ongestraft liet blijven, „heeft Hij die aan zijn lieven Zoon Jezus Christus met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft." De volle vloek der Wet is door Gods rechtvaardigheid over den Heere Jezus gebracht.

Deze betooning van Gods rechtvaardigheid is dus niet de openbaring van de rechtvaardigheid Gods, die ons geschonken is, van de rechtvaardigheid Gods als gave, — maar van de Rechtvaardigheid Gods als zijn Deugd, waardoor Hij de zonde straft naar zijn heilig recht. Die Rechtvaardigheid Gods heeft Hij in Jezus Christus bewezen, nadat Hij tevoren zoo lang en in zoo groote mate de zonden had laten gaan onder zijn vedraagzaamheid. Hij had den Zoon ten Middelaar

Sluiten