Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De volgende behandeling van eenige misverstanden betreffende het Godsbewijs, zal de gegrondheid van dit besluit nog duidelijker doen blijken.

Velen komen in verzet tegen de bewijsvoering voor het Godsbestaan krachtens de wet van oorzakelijkheid. Volgens hen laat de wet der causaliteit alleen afhanke* lijke oorzaken toe. Is B oorzaak van A, dan zal C oor* zaak zijn van B en zoo gaat de rij van zelf veroorzaakte oorzaken terug, zonder dat het mogelijk is tot rust te komen bij een onveroorzaakte oorzaak. Krachtens deze opvatting heeft Dr. A. Kuyper de geldigheid ontkend van de bewijsvoering uit de wereld tot het Godsbestaan. Omdat volgens hem iedere oorzaak zelf weer een oor* zaak eischt, moet consequent het vaste steunpunt van een eerste, onveroorzaakte oorzaak worden prijs* gegeven. Schopenhauer heeft op geestige wijze hetzelfde aldus beweerd: De wet der oorzakelijkheid is niet zoo vriendelijk zich te laten gebruiken als een huurrijtuig, dat men naar huis stuurt, als men is gekomen waar men heen wilde. Ze heeft meer van den door Goethes toover* leerlingen levendgemaakten bezem, die eens in beweging gebracht niet meer ophoudt te bewegen. Want iedere oorzaak is een verandering bij welke men moet vragen naar een voorafgaande verandering, waardoor ze wordt teweeggebracht. Dezelfde gedachtengang ligt uitgedrukt in de vraag, die door atheïsten ontelbare keeren gedrukt en uitgesproken wordt: Maar de eerste oorzaak — God — waardoor is deze dan weer veroorzaakt? Al deze be* weringen vinden steun bij Kant, die het cosmologisch argument laat uitgaan van de premisse: al wat bestaat heeft een oorzaak.

Als inderdaad waar is, dat iedere oorzaak opnieuw

Sluiten