Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

CHRISTUS EN DE KERK.

In Christus Jezus erkennen wij den Zoon van God, wezensgelijk met den Vader en den H. Geest, mensch* geworden om de menschen te verlossen. Zoo hadden de profeten Hem voorspeld, zoo werd Hij door den engel geboodschapt, door den boetgezant gezien, door de apostelen gepredikt, 't Is in waarheid onze Heer, die op aarde is verschenen, om voor onze zonden voldoe* ning te geven aan God, om voor ons terug te verdienen de genade en het recht op den hemel, om ons vrij te koopen uit de slavernij van de zonde en de macht van den duivel om voor ons den offerdood te sterven op het kruis. Hiermee was zijn middelaarstaak op aarde vol* bracht en het verlossingswerk geschied.

Maar om het menschdom van alle tijden deelachtig te maken aan de vruchten ervan, wilde Christus na zijn dood voortleven in zijn mystiek Lichaam, waarvan Hij het Hoofd is en wij de leden zijn. Wat de ziel is in het menschelijk lichaam, dat wilde Christus zijn voor dit geheimzinnig organisme: een beginsel, dat leven mee* deelt ook aan de kleinste deelen en alle levende cellen tot één geheel samenbindt. De toestand van levens* eenheid tusschen Christus en hen, die tot zijn rijk be* hooren, zal duren tot aan het einde der tijden; dan zal Christus zijn rijk aan den eeuwigen Vader overdragen, opdat God alles in allen zij.

Het zou ongetwijfeld zijn waarde hebben, op het voor* beeld van den H. Paulus, een afzonderlijke verhandeling te schrijven over Christus en diens mystiek Lichaam,

Sluiten