Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na negentien eeuwen meende de Kerk wel het recht te hebben eens te wijzen op die opvallende verschijnse* len, merkwaardig genoeg voor den ernstig nadenkenden mensch; in het Vaticaansch Concilie houdt zij ons de kenteekenen der ware Kerk van Christus voor, wanneer zij verklaart: „Ook de Kerk is door zichzelve, en wel om haar wonderbare uitbreiding, uitstekende heiligheid en onuitputtelijke vruchtbaarheid in alle goed, katho* lieke eenheid, onoverwinnelijke onvergankelijkheid, een groote en altijd voortbestaande beweegreden des ge* Ioofs, een onwraakbare getuigenis van haar goddelijke zending. Daardoor als een banier onder de volken op* geheven, roept zij hen die nog niet gelooven tot zich, en geeft zij haar kinderen de zekerheid, dat het geloof door hen beleden op den hechtsten grondslag rust"1).

Zoo staat daar de Katholieke Kerk als „de meest omvattende en geweldigste, de meest gecompliceerde en toch de meest absolute eenheidsvormende schepping, welke de geschiedenis heeft voortgebracht" 2).

We willen die merkwaardige trekken, waarvoor de Kerk, die zich uitgeeft als de eenig bevoegde eigenares en bewaarster van dit uitgebreide en rijke zaadveld, onze aandacht vraagt, eens afzonderlijk in oogenschouw nemen.

1. De wonderbare uitbreiding.

Dat het Christendom in betrekkelijk korten tijd door vele menschen uit alle rangen en standen der maat* schappij, verspreid over verschillende landen der toen* maals bekende wereld, beleden werd en vurig werd aan*

1) Hoofdst. III over het Geloof.

*) A. v. Harnack: Das Wesen des Christentums, S. 153.

Sluiten