Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo en niet anders zie ik het beeld der nog zoo edele congresgangers van Stockholm voor me staan. Droevig tegenbeeld van de nog steeds gehandhaafde eenheid der der katholieke Kerk, in welke nog altijd als in de dagen der apostelen door menschen maar „pro legatione Christi — als gevolmachtigden van Christus" geleeraard wordt; waar nog steeds met denzelfden durf van Paulus de inzet van den Galatenbrief tegen alle pseudo*profeten gehanteerd wordt; waar de eerste, de oude, de van Christus komende waarheid nog altijd zuiver en veilig bewaard is. Meer dan ooit wellicht is het mooie beeld van Theophilus in zijn tweede boek aan Antolycus tot werkelijkheid geworden, dat de wereld is als een zee van gevaren en dwalingen, waarin de Kerk verschijnt als het bewoonbare en veilige eiland, als de veilige haven, „in welke de leer der waarheid stand houdt."

Noch Paulus met zijn zoo vaak ons voorgeworpen „Onderzoekt alles en behoudt het goede"l), noch Joan* nes met zijn in dit verband wellicht vreemde woord „Gij hebt niet noodig, dat iemand u leert" 2, raken aan het bestaan en de noodzakelijkheid van dit kerkelijke leer* gezag: de een niet, wijl hij klaarblijkelijk niet spreekt over de zekere leering der Kerk, maar enkel over private en dubieuze onderrichtingen, de ander evenmin, wijl hij, alle zuiver menschelijk gezag niet noodig achtend, over het goddelijk gezag der Kerk wel niet uitdrukkelijk spreekt maar dit toch zoo duidelijk veronderstelt en handhaaft, dat de groote bekeerling Manning zelfs meende „geen termen te weten, waarin de onfeilbaar* heid der Kerk en de onveranderlijkheid harer leerstel*

i) I Thesa. 5:21. *) I Joan. 2:27.

Sluiten