Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den daarop volgenden nacht verschijnt er bij den Aarts-Bisschop een commissaris van de GP.Oe met drie soldaten. Zij gaan al weer huiszoeking houden, van 's avonds elf uur tot vier uur in den morgen. Niets wordt gevonden, geen papieren of brieven, die als beschuldiging dienen

Aan het eind van de huiszoeking vond de commissaris een hostie, het brood, dat in de Grieksch-Katholieke kerk bij het Heilig Avondmaal wordt gebruikt Hij nam het in zijn hand en begon er met opzet mee te spelen. De Bisschop zei ernstig: „Burger onderzoekingsrechter, de kerk vindt niet goed, dat u zoo met de hostie omgaat". De commissaris lachte hoonend, smeet de hostie op den grond en trad er met den voet op. De oude Bisschop viel op zijn knieën om de hostie op te rapen; daarbij verloor hij echter het bewustzijn. De GP.Oemannen lieten hem een poosje liggen; nadat hij bij gekomen was, brachten ze hem naar de gevangenis. Het eenige wat hij mocht meenemen, was zijn staf.

In de gevangenis verlangde men van den Bisschop, dat hij zijn kruis zou afleggen. „Ik ben een dienstknecht van God," zei Antonius, „en ik mag mijn kruis niet afleggen."

„Als jij het niet doet, zullen wij het wel voor je doen," antwoordde de bolsjewieken en met geweld rukten zij het kruis los.

In een heel benauwde cel werd de Bisschop opgesloten, tusschen zeven dieven. Dat doet de G.P.Oe bijna altijd met geestelijken, die worden dan opgesloten met ruwe misdadigers. De bolsjewieken hopen dan, dat deze ruwe kerels den geestelijke flink kwellen zullen. Maar het kwam hier anders uit. De misdadigers hadden eerbied voor den eerwaardigen grijsaard en zij ontvingen hem vriendelijk.

Voor de acht menschen waren in de cel maar drie slaapplaatsen, houten ramen bespannen met zakkengoed. Een van de dieven, die zulk een bed rijk was, wilde het aan den Bisschop verkoopen. Maar toen deze moest zeggen, dat hij in het geheel geen geld had, kreeg hij de slaapplaats voor niets.

De eerste dagen kreeg de Aarts-bisschop

Sluiten