Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staatsmonopolie verplichtend gesteld, en o.m. de verkoop van opium aan minderjarigen verboden (voor Nederlandsch-Indië was dit verbod overbodig, daar het reeds bij Staatsblad 1911 no. 374 was vastgelegd). ] J

Tevens werd vastgesteld, dat het aantal gelegenheden, waar opium in het klein verkrijgbaar is, „zooveel mogelijk" zou worden beperkt. .

Hierin lag wel de aanduiding van den te nemen logischen maatregel tot vermindering op afdoende wijze van de verkrijgbaarstelling, indien de verzachtende, alles omvattende term „zooveel mogelijk" was weggelaten.

De propaganda tegen het opiumgebruik, door middel van schoolonderricht, het verspreiden van geschriften als anderszins, voorts de onderdrukking van den smokkelhandel door middel van rechtstreeksche uitwisseling van gegevens en inzichten tusschen de hoofden van de betrokken diensten, werden geregeld volgens een vast omlijnd stelsel, maar aan de beperking van den detailverkoop, als vormende de stimulans voor — en de sanctie op het gebruik, werden door den term „zooveel mogelijk" rekbare grenzen gegeven, al werd dan ook in het protocol gerept van „het gezamenlijk streven, om te komen tot de volledige en definitieve onderdrukking van het gebruik van bereid opium".

Op 4 Juli 1928 werd te Oenève door tal van landen wederom een verdrag gesloten, waarin eigenlijk alleen de internationale smokkelhandel in verdoovende stoffen en de organisatie van een permanent centraal comité op den voorgrond kwamen.

In 1929 werd Nederlandsch-Indië bezocht door de opiumenquête-commissie, en in het jaar 1930 kwam de gouvernements subsidieregeling voor verpleging van opiophagen tot stand.

* raait; **

De vele jaren geleden als een axioma gelanceerde opvatting, dat bij een beperking en afschaffing van den opiumverkoop de sluikhandel niet te keeren zou zijn, heeft reeds afgedaan bij degenen, die het opiumvraagstuk van een andere zijde dan die der opiumregie praktisch hebben kunnen beschouwen.

Het aanbieden en verkrijgbaar stellen van opium door een staatsmonopolie is een bekrachtiging van het opiumverbruik, een goedkeuring, bevestiging, waarvan de aansporende invloed den voortgang van de gewoonte en, dus ook van zelf den clandestienen handel in de hand werkt.

Sluiten