Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie was zij, dat zij het stadje schilderde, niet zooals een schilder, die in kleurige schilderijtjes de oude geveltjes en de bekende Drommedaris teekende, zoodat de menschen konden zeggen: „Wat een aardig oud stadje is het onze toch!", maar die het stadje teekende in zijn levensverschrompeling, en hoe deze het menschenleven in haar ban sloeg!" *)

En het werden in Enkhuizen donkere jaren.

Als de fatsoenlijke menschen, die haar tegenkwamen, glimlachten, en de onfatsoenlijken jouwden, als de eene straat met zijn spot haar genadeloos overleverde aan de andere, bleef er voor haar slechts stilte en eenzaamheid over. Zoo wandelde zij in den avond, om niet gezien te worden!

lEn het zal zeker niet toevallig zijn geweest, dat in Rieuwertje Brand zoo aangrijpend zijn weergegeven, de vernielende krachten die op een mensch inwerken, die in een klein milieu wordt overgeleverd aan de meedoogenlooze minachting en smaad der publieke opinie. Hoe laat zij Rieuwertje uit den grond van zijn hart verzuchten, als hij eenzaam bij het Havenhoofd zit: „Ver-weg. .. ver-weg en onder nieuwe. .. nieuwe menschen....!"

En zoo trok ze naar de groote stad.

J) Uit een lezing van Ds. M. C. van Wijhe.

Sluiten