Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het empirisch bewustzijn zoowel als het daaruit geconcludeerde of geconstateerde zijn op te rijzen88).

De geloofshouding, die aangaande de wording of schepping van het Al getuigt, dat deze niet slechts uit Gods Woord of Wijsheid maar ook uit Gods Geest of Wil, procesmatig bewogen.is voortgegaan89), wordt merkwaardig bevestigd door de ken- en denkoverweging van twee wijsgeeren, die wij in dit verband mede als baanbrekend tegenover mogelijke, vroegere of latere Kantsche of Neokantsche beperkingen mogen noemen.

Schelling en Von Hartmann90) hebben aan het theologisch, geloovig getuigenis (dat het „dat" des bestaans aan den Goddelijken Wil of Geest, het „wat"91) des bestaans aan de Goddelijke Wijsheid of het Woord heeft toegeschreven) door kentheoretische, wetenschappelijke en wij sgeerige overwegingen fundamenteelen steun gegeven. Dat er bij het „scheppen" gedurig van het „spreken" (Woord) Gods wordt getuigd, duidt voorts op het zuiver besef, dat scheppen moet worden gedacht als actualiseeren van ideeën of uitdragen van gedachten, of verwerkelijken van den Raad door de Daad9*).

Aldus blijkt het scheppingsgeloof naar bewust-

Sluiten