Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar het scheppingsgeloof uit het „peilbesef" van de bewustzijnsgesteldheid naar openbaringsgeloof voortgaat, daar blijkt dus het voorzienigheidsgeloof ver band te houden met de „totaliteitsvooronderstelling", dat de concrete werkelijkheid in haar tweeledigheid van actualiteit en idealiteit, naar haar drievuldigheid van verleden, heden en toekomst wordt gedragen door het Albeleid van Goddelijken Wil en Wijsheid (Geest en Woord), zoo dat niet mechanisch afgetrokken slechts voorzienigheid of voorbeschikking kan zijn bedoeld maar zoo dat de concrete Alorganisatie in al haar factoren, uit Goddelijke doorzienigheid en inbeschikking, naar verleden, heden en toekomst wordt gerealiseerd uit, door en tot den Eeuwige, die is en was en wezen zal. Mag zoo de voorzienigheidsleer nimmer verstandelijk mechanisch worden verstrakt of versteend of ontleed of gedood maar moet zij in haar concrete volheid redelijk organisch worden aanvaard en geconstateerd, zoo ook moet de uitverkiezings- of electieleer naar haar alzijdige onweersprekelijkheid worden verstaan en doorzien uit de Goddelijke Kracht en Mogendheid zooals deze, naar het natuurlijk en geestelijk gebeuren, openbarend zich bewijst*7) en wel naar de drie zijden (verleden, heden en

Sluiten