Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed, goed," spraken de anderen. „Dan zul je zien, dat je ongelijk had."

Toen de reiger vroeg: „Aan wie de beurt, schoof de kreeft naar voren.

„Hoe zult ge mij dragen?" vroeg hij.

„Wel, in den bek, zooals de anderen," sprak de vogel.

",Dat gaat niet. Mijn karkas is te hard en te glad. Ge zoudt me laten vallen. Laat mij liever met mijn scharen aan uw hals hangen. Ik zal zorgen u geen pijn te doen."

De reiger stemde toe. Ze vlogen weg tot aan den voet van den boom. Daar zette de vogel zich neer om ook dit boutje te verslinden.

„Laat me nu los," sprak de reiger. „We zijn er.

Doch de kreeft, die geen water bemerkte, begon een beetje te nijpen met zijn vreeselijke scharen.

„Wat zie ik?" riep hij. „Graten en nog eens graten? Ha, heb je al de visschen die je vertrouwden, hier afgemaakt?"

En nu neep hij den reiger eens flink in den hals. De tranen kwamen het dier in de oogen en hij riep:

„O, lieve kreeft, wat doe je me zeer. Ik zal je naar den lotos-vijver dragen!"

„Asjeblieft dan," beval de kreeft.

Weldra zweefden ze boven het diepe water.

„Laat nu los, laat nu los," smeekte de reiger. En de kreeft liet ook los, maar niet vóór hij met zijn sterke scharen den hals van den vogel had stukgenepen.

„Gij, mijn zoon, vergeet het avontuur van den reiger niet!"

Sluiten