Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ontbinding — maar tot systeem schijnt het te zijn geworden, elke macht, die formeel niet bevestigd kan worden, b.v. de zoogenaamde „roode terreur", die macht uitoefent, alleen om te in timideeren en terwille van de macht zelf, te vermijden, deze echter des te strenger uit te oefenen daar, waar de wet ook maar de geringste houvast geeft.

Zoo wordt de periode, die nu geteekend zal worden, door tweeërlei gekenmerkt: Strengste toepassing van de antireligieuze wet en innerlijke ontbinding der kerken door doeltreffende propaganda.

De tot nu toe beschreven kerkverordeningen van staatswege hadden in de practijk bewezen nog altijd niet streng genoeg te zijn, vooral echter niet voldoende overeenstemmend; daarom werd reeds in den zomer van 1923 een nieuwe regeling betreffende de verhouding van kerk en staat aangekondigd; het eindelijke decreteeren van deze verordeningen volgde echter pas (Iswestija van 26-28 April 1929) den 8sten April, waarbij het op het gebied der Russische sovjetrepubliek geldende kerkrecht tenminste voorloopig afgesloten en gecodificeerd werd. Het nieuwe decreet verschaft aan de kerken naast vele verzwaringen toch ook — tenminste theoretisch — menige verlichting. De twee belangrijkste van deze laatste soort zijn de nü eindelijk bij de grondwet verleende permissie ook tot een hier* archisch-kerkelijke organisatie, die tot nu toe alleen voor ieder afzonderlijk geval en onder zeer zware voorwaarden gegeven werd — en het erkennen van afzonderlijke gemeenten of van heele vereenigingen van gemeenten als rechtspersoonlijkheden. In alle gevallen behoudt de regeering zich ook nu nog het recht tot het verleenen van permissie voor, toch is het als vooruitgang aan te merken, dat de staat nu grondwettelijk een hiërarchie als zoodanig erkent en deze het recht toekent; a. synodes op te roepen (Art. 24); b. van rechtspersoonlijkheid (Art. 13); ja zelfs c. het bewaken en controleeren der gemeenten (Art. 15 en 16) evenals het tot nu toe streng verboden gebruikmaken van zegels of gedrukte formulieren. Het tot nu toe eveneens streng verboden en met zware straf bedreigde recht van rechtspersoonlijkheid bepaalt in het nieuwe decreet (Art. 11) dat het aan de uitvoerende organen van godsdienstige gemeenten van nu af aan „veroorloofd moet zijn, verdragen te sluiten, die samenhangen met de uitoefening van hun ambt en betrekking hebben op het vruchtgebruik van kerkelijk eigendom, waarden en voorwerpen tot verrichting van religieuze ceremonies te koopen en lokalen voor gebedsbijeenkomsten te pachten." Voor het verbreken van deze bepalingen door mogelijke willekeurige uitlegging door ondergeschikte plaatselijke besturen wordt zelfs een formeel recht van beklag aan het Moscovische centiaal uitvoerend comité verleend (Art. 44) dat recht van schor-

Sluiten