Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seeren mij op het oogenblik haast nog meer dan die groote domme zwarte vlek in het midden welke het hart voorstelt, en ik vraag mij met verwondering af hoe het mogelijk is dat de menschen het bestaan van dergelijke raadselachtige gevoelens als liefde en haat met het hart hebben kunnen combineeren. Trouwens, hoe ouder ik word hoe verwonderlijker mij deze gevoelens van liefde en haat voorkomen. Ik vraag mij dikwijls af wat er toch wel aan mijn hersens ontbreekt, dat ik onmogelijk meer in staat ben in het liefdesobject van den een een op aarde rondwandelenden engel te zien, noch begrijpen kan waarom een ander zich gedrongen voelt een bepaald voorwerp als een duivel in menschengedaante te beschouwen.

Haat is tenslotte nog een gevoel dat ik in zekeren zin begrijpen kan. Ieder mensch bezit een instinct tot zelfbenoud, om hetwelk hij voortdurend worstelt. Alle voorwerpen die in staat zijn dit bestaan in gevaar te brengen en welke hij niet direct kan vernietigen, worden door hem gehaat. Maar liefde, wat is hef de eigenlijk voor een ding — dat geheimzinnige en hoog geprezen gevoel, dat de godsdiensten verheerlijken en de dichters bezingen? De gebrekkige verklaringen die de psychoanalyse in staat is ons te verschaffen reduceeren zich tot het volgende nuchtere resultaat van onderzoek: liefde stamt uit sexuakteit en berust in de eerste en voornaamste plaats op onbevredigde sexueele verlangens. Uitstel van de directe sexueele bevrediging is de eerste vereischte voor het ontstaan van liefde. Ik moet in dit opzicht altijd denken aan Heinrich Heine, de dichter, die in zijn jonge jaren zoo nog al

Sluiten