is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor geloofs- en zedeleer in de Oud-Katholieke Kerk van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derd. Toen kwam de Zoon en leerde ons God opnieuw kennen als Vader; en als menschgeworden Zoon van God verzoende Hij de menschheid wederom met God. Nu zendt die Zoon den heiligen Geest, die ons tot kinderen van dien Vader wil maken. Het werk van den heiligen Geest zal dus hierin bestaan, dat Hij alles wat Christus voor ons allen gedaan heeft, nu ook voor ieder onzer persoonlijk tot werkelijkheid maakt. De blijde boodschap: „de menschheid is verzoend met God", welke door Christus den Zoon is gegeven, moet worden de blijde boodschap, die ieder onzer afzonderlijk herhalen mag: „ik ben verlost"; en dat laatste is het werk van den heiligen Geest.

Daaruit volgt, dat de heilige Geest zijn werk niet kon aanvangen, voordat Christus zijn werk volbracht had.1) En ook volgt daaruit, dat de heilige Geest niet iets nieuws doet, maar niets anders uitwerkt en toepast, dan wat Christus reeds verkondigd, gedaan en gebracht heeft. „Uit het mijne zal Hij het nemen en het u verkondigen; uit zichzelf zal Hij niet spreken, maar Hij zal u indachtig maken aan alles wat ik u gezegd heb"; zóó had Jezus gesproken.2) Wij zouden dus Jezus Christus de bron en den grond van ons geloof en van ons heil kunnen noemen, en den heiligen Geest de kracht en den bewerker van ons geloof en van onze zaligheid.

Op het Pinksterfeest te Jerusalem doet de heilige Geest dat werk aan de eerste discipelen. Zij worden door Hem bekleed met de „kracht van boven"8). Zij worden „christenen", geloovigen in Christus, Christusdragers door den heiligen Geest. Zij krijgen een helder inzicht in het woord en het werk van Christus, en zij worden vervuld met de kracht, die hen maakt tot moedige predikers en trouwe volgelingen van Christus, die geen mensch en geen dood vreezen bij de uitoefening van hun zendingstaak.

Door dien heiligen Geest woont God nu in hen, en dat is het geheim van hun kracht en hun geluk, van hun vrede en hun vreugde. Door dien Geest ook gevoelen zij zich één en

•) Joh. 7:39.

') Joh. 14:26, 16:13—15.

3) Lk. 24 : 49.