is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenbelang strijdig zou zijn, zouden moeten neutraliseeren.

Degenen, die den „consument in het algemeen" beschouwen als den tegenvoeter van den specialen producent, zien in den staat den vertegenwoordiger van de verbruikers. En dan wordt de leiding van de verschihende productietakken — althans in belangrijke mate — opgedragen aan een orgaan, dat is samengesteld, gedeeltehjk uit vertegenwoordigers van de speciale producenten, gedeeltehjk uit vertegenwoordigers van den staat. Meer en meer wordt echter aangenomen, dat het machtsevenwicht moet worden gevonden tusschen den specialen verbruiker en den specialen producent. De staat wordt daarmede lang niet altijd als derde partij uitgeschakeld, maar hij wordt dan niet meer gezien als tegenvoeter van de producenten, maar als derde partij 1).

Het scheppen van een tegenstelling tusschen den specialen producent en den specialen verbruiker, met den staat als derde partij, is aanvaard in de bekende brochure van Otto Bauer over de socialisatie. Hij schrijft in zijn latere voorwoord, waarbij hij wijst op de ontwerpen van de bolsjewieken uit het jaar 1918 en van den Engelschen gildensociahst Cole: „Beide plannen wilden het beheer van de gesocialiseerde industrie grondvesten op de samenwerking van den staat als vertegenwoordiger van het geheel van het arbeidende volk en van de vakvereeniging als de vertegenwoordigster van de speciale belangen van de arbeiders en beambten, die in een specialen tak van nijverheid werkzaam zijn. Mijn organisatieplan schakelde in deze samenwerking als derde gelijkgerechtigde hd de organisatie van de consumenten in. Het stelde daardoor in de industrieele organisatie de tegenstrijdige belangen van de producenten en van de consumenten in gehjke sterkte tegenover elkaar, en stelde tusschen deze beide den staat als scheidsrechter" 2). — En in

*) Wanneer een productietak voor alle leden van het volk produceert, is het geheele volk de „speciale consument". Op dit geval, dat meer zal voorkomen, naarmate de maatschappij een socialistischer karakter krijgt, komen wij naderhand nog terug. Hier hebben wij voorloopig die productietakken op het oog, die niet voor een overgroot deel van het volk produceeren.

2) Otto Bauer, „Der Weg zum, Sozialismus", 12e druk, Weenen, 1921, blz. 4. („Beide Versuche natten die Verwaltung der sozialisierten Industrie