is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Nederlandsche vrijzinnig protestantsche gemeenschap leeft, religieus gesproken, uit deze verbinding, die alleen in ons land op deze wijze mogelijk is.

In deze religieuze vrijheidsgedachte blijft de antinomie tusschen God en de vrijheid van de mensch bestaan. De vrijheid van de mensch wordt niet weg-getheologiseerd om der wille van Gods souvereiniteit; evenmin wordt, omgekeerd, de souvereiniteit Gods weg-„geëthiseerd" ter wille van de vrijheid van de

lïIGIlSCh. 1)

c. Op de grondslag der geloovige vrijheid blijft het protest der persoonlijke vrijheid ook tegenover de levensvormen van historie en kerk van kracht. De vrijzinnige Protestant neemt het woord van Luther in volle ernst, dat een Christen gelooft voor zichzelf en verder voor niemand. Daarom zal het Vrijzinnig Protestantisme gericht zn'n tegen alle kerk-absolutisme, tegen elke verdogmatiseering van de levende openbaring Gods. 2) Hierop rust de vrijzinnige verdraagzaamheid als religieuze levensvorm: de totstandkoming der geloofsgedachte in den mensch aan Gods bestel over te laten. 3) En als openbaring Gods voor de gemeenschap geldt wel de historie (maar dan „nicht dem Worte sondern dem Geiste nach" 4), maar evengoed de worsteling der moderne wetenschap en de groote cultuurstrijd van het heden. Ter wille van deze pluralistische geest die tenslotte geboren is uit het bewustzijn van de veelvuldigheid der Godsopenbaring, offert het Vrijzinnig Protestantisme het groote voordeel van een gladde, afgesloten organisatie op. Maar wanneer dit Vrijzinnig Protestantisme werkelijk in geloof zijn gemeenschapsgrond heeft, dan zal het zijn eigen gemeenschapsvorm op deze grond eenmaal vinden. Dan zal het daarbij ook de waarheidskern van het dialektische kerkbegrip, de hoogkerkelijke sacramentsopvatting en de liturgische gemeenschapskrachten in zich opnemen.

d. Als vierde punt laat zich uit het voorgaande af leiden de taak van het Vrijzinnig Protestantisme om, bij de traditie van het aloude Nederlandsche Christelijke humanisme naar den geest aansluitend, de gemeenschap in het geloof uit te rusten

i) Vgl. Kurt Leese, Der idealistische und der reformatorische Freiheitsgedanke. art. in Logos, Bd. XVTJI(1929), S. 185—208.

Zie over de verhouding van het Duitsche Idealisme en het vrrjzinmg Christendom ook de artt. van Roessingh: De beteekenis van het Duitsche Idealisme voor onzen tijd, en De Humaniteitsgedachte in het Duitsche Idealisme, Verz. W. m, blz. 1—46.

») VjfL H. Hermelink. Das Kerygma des frei en F rete stantismus, in Neuwerk, 14. Jahrg. 4. Heft (1932), spec. S. 226. 3) Vandaar de „vrijheid in het onzekere" bij de Remonstranten *) Aldus Albert Schweitzer in een pleidooi voor das Recht der Wahrhaftigkeit in der Religion gerefereerd in Chr. Welt 46. Jahrg. Nr. 20 (Oct. 1932).