is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aesthetische waarde moet men aan deze verzen echter niet toekennen; toch voldoen ze als luchtig intermezzo aan hun bestemming. De beide laatstgenoemde verzen vallen bovendien op door een streven naar precieusheid. Bijvoorbeeld de volgende regels in het Klinck-dicht op de aengenaemheyt van een kus:

Door sulcken soeten doen (nl. kussen) benaemt ghy my

het leven:

En door een self de doen kondt ghy 't my weder geven, Een kus in my het beeldt van doot en leven druckt.

Vooghdesse van mijn hert, ick 't my onwaerdigh ken. Maer ghy my waerdigh maeckt 't geen ick niet waerdigh ben. Dies sullen, ziel, en lijf, en leven, en gedachten, Leen-houwers van u gunst, Erf-eygens van u wil, Tot dat een ander doot mijn Min en moeyten stil, Alleen op uwe dienst in aller ootmoet wachten.

Evenzoo in het Lofdicht ter eeren van de Lof-waerde Rosemond:

De witte Lelijtjes zijn bleeck van loutre nijdt, Om dat een witter wit langhs haren boesem glijdt: De Roosjes werden root, en tuygén met hun blosen, Dat hare kaeckjes zijn met schoonder root bekrosen.

We behoeven ons nauwelijks af te vragen, hoe Van Heemskerck er toe kwam zijn proza met poëzie te vermengen. Ook hiervoor vond hij een voorbeeld in de pastorale htteratuur van het buitenland, in het bijzonder in de Astrée. Ook bij d'Urfé treft ons die neiging tot het precieuze; men denke slechts aan titels als Sur un dépit d'amour, Sur un éventail, Des montagnes et rochers a un amant, Sur un bouquet de fleurs auprès de Clarinthe dans son lit en Contrair es effects d'amour:

Faire vivre et mourir avec un mesme effort, Embraser tous les coeurs, et n'estre que de glacé, S'armer en mesme temps de douceur et d'audace, Et porter dans les yeux et 1'amour et la mort; *)

Uit den aard der zaak is het niet noodzakelijk, te veronderstellen dat Van Heemskerck de versjes, die in de Batavische Arcadia het proza afwisselen, geschreven heeft om als intermezzo in de Arcadia te dienen. Wellicht heeft hu bij het

*) Eerste strophe van het sonnet Contraires effects d'amour, Astrée, uitg. H. Vaganay, dl. III, blz. 565.