is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matig veel aandacht aan dezen domineeskring geschonken. De kern van de gemeente is evenwel veel en veel grooter. De „kerksche gezinnen" in de groote steden staan niet op zichzelf, zij hebben elk „weet" van verscheidene andere en hangen daardoor samen. Voor hen is de kerk volstrekt niet alleen een domineesinstituut, maar de plaats waar men samenkomt om er aan herinnerd te worden, dat men voor het aangezicht van God staat, die wat ernstigs te zeggen heeft, dat niettemin het heil bij uitstek is voor de geheele familie in haar oudste en in haar jongste elementen. Men voelt zich gezamenlijk verantwoordelijk voor het instandhouden van dit „gegeven", dat als een door Gods Geest gewerkte zaak wordt erkend. Dit gezinnen-complex hangt samen met de kerkinrichting, met de „ambten" van ouderlingen en diakenen. De N.H. Kerk heeft immers geslachten lang minstens viermaal zooveel kerkeraadsleden als predikanten gehad; hun kinderen en kleinkinderen met hen, hun geheele „stam", is een groote kracht voor de kerk; meer dan door de predikanten wortelt de kerk door al deze ambtsdragers en hun gezinnen in ons volk; deze groep is in de steden door wijkbestuurders en bezoekbroeders nog veel verder uitgegroeid; voor deze gezinnen is de kerk hun eigen zaak. Daar bemerkt men, hoe weinig de N.H. Kerk een domineeskerk is, al is zij het ook in de steden nog veel te veel. De onverdiend smadelijke wijze, waarop over de stads-kerkeraadsleden, (onder de intellectueelen vooral over de ouderlingen, onder het volk over de diakenen) gesproken wordt, vindt gewoonlijk zijn oorsprong bij de in de stad teleurgestelde, vereenzaamde en verbitterde predikanten en bij hun napraters. Dit laat zich wel verklaren (althans voor een deel) uit het feit dat deze kring, waarin allerlei lagen der bevolking wel eenigszins vertegenwoordigd zijn, de predikanten volstrekt niet zonder kritiek accepteert. De kritische en journalistieke elementen in dezen kring plegen zich wel eens te uiten op een wijze, dat het onweer niet van de lucht raakt in de kerkelijke wereld: dan komen de tegenstellingen van de „voorkamer en de achterkamer" (in Rotterdam-centrum, waar het predikantenministerie aan de straat en de kerkeraad en diaconie in de achterzalen vergadert) of van „boven en beneden" (in Am-