is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van Grave

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grave opnieuw in groote zorg. Napoleon was op 1 Maart van dat jaar Elba ontvlucht en had zich opnieuw van den Pranschen troon meester gemaakt. Ook te Grave werden toen de noodige maatregelen getroffen om de stad in staat van verdediging te stellen. Gelukkig bleef het hierbij, want de Mogendheden behaalden op 18 Juni 1815 bij Waterloo de overwinning. De onlusten, in Augustus 1830 te Brussel hadden tot gevolg, dat het garnizoen te Grave aanmerkelijk werd uitgebreid. In die dagen bestond het uit ruim 2200 manschappen, waardoor de welvaart zeer bevorderd werd. In dat jaar werd luitenant-generaal Maximiliaan Jacob de Man, opperbevelhebber der vesting. Op 10 October verklaarde hij Grave in staat van oorlog, welke toestand tot 1839 bleef duren. Alle gezag was dus daar in die jaren in handen der militaire overheid.

In den winter van 1830 vestigde zich te Grave de groote bekeerling Joachim, Q'eorge Le-Sage-TenBroek, de man aan wien Katholiek Nederland zooveel te danken heeft. Hij betrok daar een woning in de Begijnestraat, naast de Protestantsche kerk. Hoewel blind zette hij er zijn verdienstelijk werk voort tot aan zijn dood in 1847.

Van toen af was het bureau van „De Godsdienstvriend” en van andere tijdschriften in deze stad gevestigd, ’t Is niet te verwonderen, dat hij zich hier bijzonder goed op z’n gemak gevoelde, hij vond er immers een gezonde lucht en een katholieke omgeving. Voor een wetenschappelijk man met een vaderlandsch hart als Le Sage moest Grave wel aantrekkelijk en eerbiedwaardig wezen. Haar oude St. Elisabethkerk, de eeuwenoude vestingwerken, véle openbare en bijzondere gebouwen verhaalden hem van de geschiedenis van ’t vaderland en waren tevens sprekende getuigen van de stormen, welke de valsche reformatie over ons land verwekt heeft.

Na eenigen tijd volkomen rust genoten te hebben, verscheen er in 1835 van zijn hand een nieuw weekblad over godsdienst- staat- geschied- en letter-