is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is méér en erger dan een „verzaking van het kennisideaal”, door Huizinga terecht gebrandmerkt, het is een opstand der instincten tegen de kennis, een opstand van het dier in de mens, tegen de mens in de mens, tegen alles waarmee hij het dierlijke in zich beheerst en omvormt tot cultuur. Het is de opstand tegen de beschaving, die zich niet langer alleen bedient van het ruwe geweld, maar die, om de bolsjewistische uitdrukking te gebruiken „cellen bouwt” binnen de organen der beschaving, met het doel die organen onbruikbaar te maken. En zoals de bolsjewiki-vanlinks bij dit werk altijd weer de steun krijgen van „argelozen”, die menen, dat „critiek” wordt uitgeoefend op wat toch wel critiek verdient en die dus de „critiek” steunen, niet beseffend, dat „vernietiging” beoogd wordt, zo vinden ook de bolsjewikivan-rechts, de fascisten, steun bij allerlei argeloze intellectuelen, die menen, dat critiek wordt uitgeoefend op een zelfgenoegzaam rationalisme, op een eenzijdig intellectualisme, op een wetenschap, die zo gespecialiseerd en boekerig is geworden, dat ze ieder contact met de realiteit heeft verloren en ieder begrip van haar totale betekenis heeft ingeboet, welke critiek dus ruimschoots verdiend is. Maar ook deze argelozen beseffen niet, dat de fascisten geen critiek, doch alleen maar vernietiging beogen, niet van een bepaald rationalisme, maar van alle rede; niet van een zeker intellectualisme, maar van alle intellect en alle intellectuelen en van alle grondslagen der wetenschap. x)

Een rassentheorie, bij voorbeeld, kan natuurlijk bestreden worden. Men kan tegenover een theorie argumenten plaatsen en die argumenten kunnen onweerlegbaar blijken. Maar als achter de theorieën omtrent het ras en z’n betekenis in de historie, theorieën, die zich lenen voor een interessante en vruchtbare discussie, de mythe staat van het uitverkoren volk en als dat volk dan de „wijgroep” is waartoe degene, die zich uitverkoren waant, behoort, dan gaat het in werkelijkheid niet meer om het „ras”, maar om

l) Tot dezelfde conclusie komt Herman Rauschning, in z’n indrukwekkend boek „Die Revolution des Nihilismus”, verschenen, nadat mijn boek voltooid was. Dat een schrijver, uitgaand van een positief christelijke en nationalistische basis, dank zij z’n diepgaand en eerlijk onderzoek, tot opvattingen moet komen, die in vele gevallen evenwijdig lopen met de mijne, ligt voor de hand, maar moest mij toch een gevoel van geruststelling en bevrediging geven.