is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoon dagelijks tegen zijn omgeving streed. Het was de moeder van den kiemen aartshertog Franzi, gelijk men den jonggeborene in de familie noemde.

Aartshertogin Sophie, dochter van Koning Maximiliaan van Beieren en halfzuster van ’s Keizers tweede gemalin, Caroline-Augusta, had, onmiddellijk na haar komst in Weenen, een groote genegenheid voor den hertog van Reichstadt opgevat. Ze was maar zes jaar ouder dan hij, fijn, gracieus, aantrekkelijk met haar licht kastanje-bruin haar, dat in twee tressen op haar slapen lag, haar zachte trekken, haar vroolijken mnnd. In haar appartement in de Burg, dat zij naar haar eigen, intiemen smaak had ingericht, in haar salon met de mahonie-, met geel fluweel bekleede stoelen, kwam Reichstadt dikwijls bij haar, wanneer ze aan haar piano zat of schilderde.

Hij was nu 17 jaar, lang en tenger. De pantalon met de sous-pieds deed hem nog langer schijnen dan hij was. Zijn hoofd met het dichte, blonde, krullende haar, ter linkerzijde gescheiden, leek bijna te zwaar voor de romp. Zijn teint was rosé en doorzichtig. De geringste emotie deed hem het bloed naar de wangen stijgen. Over zijn blauwe oogen, de lichte oogen van Marie-Louise, trok dan een floers. En op zulke oogenblikken was het degenen, die ze gekend hadden, of ze de oogen van Napoleon zagen.

Ze zagen elkaar iederen dag in de Hofburg, Reichstadt en Sophie, tegen het avonduur, in den kleinen salon van de aartshertogin.

Hij was vermoeid van zijn werk; zij onttrok zich aan haar officieele plichten. Bij het lamplicht gebruikten ze de thee, lazen elkaar voor of praatten. Ze vroeg hem naar zijn werk en hij antwoordde haar openhartig. Zijn studie viel hem zwaar, maar hij wist dat ze noodzakelijk was. Hoe verlangde hij naar het einde van dien leertijd!