is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE CYCLOSCOPISCHE ONDERZOEKINGSMETHODE, ENZ.

dagen. Valt de laagste stand der curve niet als gewoonlijk samen met het begin der menstruatie, dan vertoont de laagste stand zich binnen 13 tot ig dagen na de eerste ovulatie, en de menstruatie begint 13—iy dagen na het begin van den tweeden ovulatieval. Bij de talrijke vrouwen met een cyclus van 28 dagen, die ik tot nog toe onderzocht, zag ik dit slechts éénmaal, en wel was de eerste ovulatie bij deze vrouw op den 8en dag en de tweede op den I4en dag, de laagste stand op den24en dag, en de menstruatie begon op den 28en dag. — Ik was helaas niet in de gelegenheid deze curve in de volgende maanden na te gaan. Het is niet onwaarschijnlijk, dat ze de volgende maand overgaat in een cyclus van 30/31 dagen. Een der gelijke cycluswisseling zien wij, vooral na abortus of geboorte. Of dit verschil moet toegeschreven worden aan een sterkere productie van het hypophysaire gonadotrope hormoon bij vrouwen met een cyclus van 30/31 dagen, zou misschien aangetoond kunnen worden door vergelijkende quantitatief biologische bloedonderzoekingen.

Uit de cyclogramstudies blijkt, dat de bovenste cellen van het endometrium de specifieke eigenschap bezitten slechts bij voldoenden toevoer van folliculine en luteohormoon te kunnen leven en te sterven, wanneer deze hormonen hen worden onttrokken.

De cycloscopische onderzoekingsmethode wijkt van alle tot nu toe bekende theorieën en methoden, waarmee men trachtte te bepalen, wanneer een vrouw ovuleert, wezenlijk af. Ze is geen theorie en is ook niet gebaseerd op verklaringen van vrouwen, die misleidend zouden kunnen zijn, maar op een exacte waarneming en is dientengevolge een concrete wetenschap. Men kan daarmee op den dag, ja op het uur nauwkeurig zeggen, in welke phase van haar cyclus een vrouw zich bevindt, vooral ook na een copulatie, of een bevruchting is ingetreden. Deze waarneming is volkomen onafhankelijk van subjectieve verklaringen, van een verandering van klimaat of ziekten, van menstruatiestoornissen en dergelijken.

Steeds kan men met het cycloscoop nauwkeurig bepalen, wanneer een ovulatie plaats vindt.

Door deze exacte methode zijn alle vroegere theorieën en uitrekeningsmethoden vervallen.

Men kan nu voor het eerst vaststellen, wanneer een vrouw ovuleert, waarmee alle conceptieproblemen in verband staan, en of twee- of driemaal per cyclus een ei vrijkomt. Bij het wegblijven van de menstruatie of bij bloedingen kan men veranderingen waarnemen, waardoor men conclusies betreffende de afwijking kan trekken. Vooral kan men zeer nauwkeurig bepalen, wanneer een vrouw vruchtbaar en wanneer ze onvruchtbaar is en op welken dag de mogelijkheid van een conceptie het grootst is. Dit is in vele gevallen van beteekenis om een miskraam te voorkomen en zooals in hoofdstuk 6 wordt verklaard om in de allerbeste condities ten gezond kind te verwekken.