is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gezicht van den Man aan het Kruis was, ontdaan van de smachtende deernis der katholieke romantiek, van een protestantsche soberheid. En om de vurigheid, die het uitdrukte was haar een dichtregel in de gedachten gekomen: „O, Vlam van Passie in dit koud heelal... Wat macht van eindloos lijden maakt Uw beeld zoo schoon ..." Macht van eindloos lijden! Door de eeuwen heen lichtte met onveranderde kracht het beeld van den Man, die alle lijden, dat geweest was, was en komen zou, begrepen en in zich opgenomen — en overwonnen had.

,,A11' Leid hast Du getragen,

„Sonst müszten wir verzagen ..."

Er was een diepe troost en erbarmen in deze enkele woorden.

En ze begon naar het uur te verlangen, waarop de kinderen zouden komen. Enkele van deze verzen had zijzelf als kind gezongen en er later, in de intellectueele overschatting van haar kring, de schouders over opgehaald. Nu, door nood en ellende, keerde ze ernaar terug, als een kind naar het ouderlijk huis.

„Neem Gij mijn beide handen en leidt Uw kind, Tot ik aan verre stranden de ruste vind."

Tranen drupten haar over de wangen. Was zij niet ook een pelgrim langs ongewisse wegen; droeg ze niet haar moede hart naar de einden der aarde?

„Tot ik aan verre stranden de ruste vind."

Voor haar zou er geen rust te vinden zijn; voor haar was de wroeging en het eeuwig verwijt.

Laat op den avond kwam dan vaak nog hun vader, de Zendeling, boven; en nadat hij eerst een beetje om haar heen gedraald had, begon hij op een keer een gesprek. En daarna herhaalde hij dat iederen avond. Hij bleek een prettig causeur; en ze was hem dankbaar om zijn piëteit, noch te vragen naar het doel van haar reis, noch naar eeni-