is toegevoegd aan uw favorieten.

Belijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Zonsopgang

Wat wolken kleurde, godlijk liefdegloren,

wisselt heur bloesemrose tinten al voor witte lichten lachend overal:

vöörglanzen van de zon, nog ongeboren;

daar doemt uit zee, bloedrood, zijn ronde horen! dan, blindend-wit, trilt los zijn vuren bal,

steigert en staat: afslaande vlammenval kaatst vlokken goud door wijde deiningvoren;

witgloeinde vloed dien zon en zee verwekken kabbelt in branding stuk, dansend verstoven in fonkeltongen die rond keien lekken.

Ziels deining, van Doods schaduw overschoven, klaagt door, want in den nacht die haar blijft dekken glimpt nergens Licht dat Leven komt beloven.