is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leni opende haar oogen

— Is Jean er nog geweest, Jacques, vroeg ze.

— Nee, wat is er eigenlijk gebeurd?

Leni sprong op, ze zag nog doorschijnend wit, maar zij had toch al weer veerkracht. Zij opende haar linnenkast en bleef even voor het vele geld staan, — zij scheen te prakkizeeren — telde toen de helft af en gaf het Hoek.

— Niet noodig, meid! Van wie?

— Van de kapper.

— Ceintuurbaan?

— Ja.

— Lazerus?

— Ja.

Hoek weifelde.

— Neem! sprak zij kort.

— Morgen krijg je dien ring met dat diamantje, die je bij Citroen in de Kalverstraat gezien hebt, dat was ik toch al van plan, zei hij, op zijn gewone manier.

Er school warmte achter zijn stem.

— Ik heb over de honderd soof bij elkaar gepeddeld..., jammer hé?... tegen die duivel valt niet te trappen!

— Dat is Hef van je, zei Leni, op dit spontane moment even alle narigheid vergetend.

— O fijn! zei ze hartstochtelijk.

Zij vloog hem om den hals, kuste hem en trok hem op bed.

Na een kwartiertje begon hij nog eens over zijn nederlaag, maar Leni snoerde hem den mond.