is toegevoegd aan je favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen om de beenen woei. Annie, die het dichtst bij de deur zat, ging heen om tè zien wat er was. In de gang stond een jongen van een der buren, die bericht kwam brengen, dat de koeien van Sloters uit het land waren en den Groenedijk waren opgegaan. Ijlings verdween hij weer in den dikken kouden regen, die nu de gang injoeg.

„Ook dat nog", riep Sloters, toen Annie de boodschap

overbracht.

„Daar zit weer een nat pak op", zei Koos, „want we zullen er wel achter aan moeten".

„Ze kunnen direct gestald worden als we ze hebben", zei Sloters, die de lucht bestudeerde, „want het schijnt met het mooie weer toch gedaan. Bovendien, het scheelt ook alles niet, we hebben toch al half October".

,,'t Is veel beter, dat de beesten op stal komen, vooral die kalveren, die moest je allang gestald hebben", zei vrouw Sloters, die nu de pap ronddiende.

„Ik zal direct wel gaan na het eten en dan moet Kool me maar nakomen", stelde Koos voor, die gretig de havermouten pap naar binnen werkte.

„Goed, doe dat. Maar ik ga ook mee", zei Sloters.

„U? Ik meen dat u en moeder er uit gingen?" vroeg Koos.

„In dit hondenweer met Moeder op stap? Dat zou toch gekheid zijn?"

„Neen Koos",zei vrouw Sloters, „zoo'n haast heeft dat niet. Dat kan morgen ook nog wel".

Het tafelen was afgeloopen. De vrouwen ruimden de borden weg. Sloters zat terzijde met een lucifertje in zijn kies te peuteren en Koos nam de lucht eens op. 't Was nog een stijve tezamen gepakte massaregen, niete dan regen.

„Trek maar een oude regenjas aan Koos", ried zijn moeder.

„Zet je er maar goed in, want het is er gauw genoeg door", ried ook Sloters nog.

Koos ging in het „achtereind", waar de paardentuigen hingen, een oude regenjas van een spijker nemen, deed beenkappen bij zijn schoenen aan, trok de pet diep over het hoofd en dan de deur uit. Dwars over de akkers, terwijl de regen hem in het gelaat striemde, ging hij op de kamp af, waar de dieren geloopen hadden.

Het hek lag ondersteboven en geen koe was meer in het land te bespeuren. Aan de sporen zag hij, dat ze het wegje naar