is toegevoegd aan je favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het lot. En eens en vooral, Marceline haatte troetelkinderen van het lot. Op deze wijze stonden ze leeg tegenover elkaar en leden beiden onder deze leegte. Toen Arthur dien dag weerkeerde naar zijn huis, was het alsof er iets in hem verstard en verkild was. Hij meende een schromelijk figuur geslagen te hebben, maar hij wist niet wanneer en waarmee. Hij voelde zich armoedig, huiverig alsof zijn bloed niet ongehinderd stroomde. Gaperig zat hij den volgenden dag voor zijn schrijftafel, zijn vrienden verveelden hem, de kroeg was leeg, nu de zomer zijn intree had gedaan. Sommige college's waren reeds geëindigd. Zoo hier en daar vormden zich groepjes om een laten examinandus, maar het was Arthur alsof hij dezelfde menschen al zoo vaak had gezien, alsof hij hun grappen alle van buiten kende. Hij dacht erover bij zijn moeder te gaan logeeren, maar deze had tegenwoordig een ongetrouwde vriendin bij zich inwonen, een juriste, die bij de Arbeidsbeurs een positie had en Arthur kon slecht de sfeer verdragen, die deze kwasi optimistische keuzeloos enthousiaste vrouw in huis bracht. De digestievisite die hij na veertien dagen op de Dellen bracht was er niet naar om hem op te beuren. Mevrouw Diekirch scheen, na het feest, waarvan de toeleg mislukt was, in haar schulp gekropen. Ze had nu niets anders voor hem over dan dezelfde radde, drukke vriendelijkheid, waarmee ze al haar gasten tegemoet trad. Mijnheer Diekirch informeerde naar den stand van Arthur's studie, luisterde maar half naar zijn antwoord, verliet eenige oogenblikken den salon, kwam weer terug en stelde hem precies dezelfde vraag nog eens. Marceline was er niet. Door de ruiten heen zag hij het kleine Indische jongetje met een regencape om, die te groot was voor zijn nietig figuurtje over de plassen springen. Arthur voelde, dat dit defini-