is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachtjes open. Het was een heele inspanning — en 't duurde lang eer het raam weer goed gesloten was — en hij zich neer kon zetten in Trezia's stoel naast de vensterbank. Dit was wat hij verlangde, in den stoel te zitten en den dag te zien.

Giel keek rond in de stilte. -— Het was een begoocheling. Trezia was niet dood. Hij zat op haar te wachten. Dadelijk zou de achterdeur opengaan en ze zou uit hun hofken komen, de schort vol groen. — Langzaam kwam ze, voorzichtig en zacht, — ze ging spreken... ouwe Giel zag hoe ze naar hem keek met haar goedige oogen.

Opeens ging de deur van het zijkamertje open, en een vreemde kwam de treden af — Sanders' vrouw, de nabuursche.

Ouwe Giel kromp verschrikt ineen, en het goede gevoel van welzijn week ineens van hem.

„Heb jij 't vensterken losgedaan, Giel ?" vroeg Sander's vrouw.

,,'t Was zoo donker,'' zei de oude man verlegen.

„Zooals je wilt."

„Komen ze dadelijk terug ?"

„Ja, ze komen en drinken een tas warme koffie."

„En dan ?"

„Je kunt hier alleen niet blijven, Giel."