is toegevoegd aan uw favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donker tusschen woonhuis en stallen. Vóór hem de zware zwarte poort... doodstil... Maar dan eindelijk toch, buiten op den bergweg, voetstappen door de dorre bladers. En hij, met een schril stemmetje, hoog uit, half schreiend : ,,Drie Koningen ! Drie Koningen ! Niet weggaan ! Ik kan 't niet alleen. Maar de poort gaat dadelijk open. Ik zal vader roepen. 'Wacht even, als u blieft!"

Andreeke loopt met z n lichtje over den spronk in de huisgang terug, en eer hij 't goed weet, is hij opeens midden in de slaapkamer van vader en moeder. Daar staat de witte wieg met het nieuwe broertje bij het groote bed, en naast het bed, aan het voeteneind van de wieg zit vader in den rieten stoel rustig te slapen. Vader, die bij Andreeke s zieke moeder waken zou. Maar moeder slaapt ook.

Andreeke staat aan vaders knieën, stoot hem aan.

„Vader, kom dan toch gauw de poort opendoen," roept hij, en dan met een schal van blijdschap en trots : „De Drie Koningen zijn er om ons Kerstkindje te zien en moeder beter te maken, God de Vader stuurde ze, omdat ik zoo goed bad."

Damus Dolmans van den Roosberg is wakker geschrokken, staat al recht, ziet van Andreeke naar z n vrouw, die ook wakker wordt, voor het eerst