is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uur en tijd, middag en vesper vergat Adam Daniëls in z'n ijver. Maar nu ligt de Doornenkroon van de zeven treurigste jaren van z'n leven tot branden gereed... één vonk er in! Maar niet vóór de

sterren aan den hemel staan.

Gelukkig wacht Adam Daniëls, wandelt opnieuw om het huis heen en is voldaan, dat er geen spoor meer te zien is van den wirwar, die het bijna had overwoekerd ; wandelt weer en opnieuw om den ontzaglijken dorentas heen, en is voldaan alsof hij het zegenrijkste werk van z'n leven verricht heeft... „Voor jongen Adams welkom !" zegt hij zich zelf. Als een zekerheid heeft het zich vastgezet in z'n gedachten : morgen tweeden Paaschdag, zal hij uit de kerk recht naar Peter de Vos gaan, den vader alles zeggen van z'n plannen voor den naamgenoot, en dan, zonder wat voor uitstel ook, den jongen dadelijk meenemen hier naar Overberg, voorgoed...

Zoo vlug is de tijd opgeschoten met al die goede voornemens, dat Adam Daniëls de sterren al telt tot twaalf, tot twintig... Meteen zijn ze er allemaal, 't Is een stille, klare avond, zoel en welig van voorjaarsbeloften.

„Na lijden verblijden," mompelt Adam, en hij strijkt een zwavelstok aan, steekt een vlam in een