is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk weet ik 't nog. Hoe is 't bij God mogelijk!"

„Een wonder," peinst N eelt je, terwijl ze den mantel al dichtknoopt, de kachel voorziet, de kaarsvlammetjes één voor één zorgvuldig uitblaast. „Zoo zijn wonderen. Zoo leven we in wonderen — wonderen waarvoor geen woorden zijn — geen andere naam dan Gods liefde. Het is haar alsof ze de hand van God zeiven op haar schouder voelt, en Zijn stem

hoort zeggen : „Iets groots en goeds gaat er gebeutt

ren...

„We gaan samen," stelt Leo Looyers haar gerust, wanneer ze zich op het laatste oogenblik bedremmeld afvraagt, waarom hij eigenlijk niet al opstapte. Gewacht op haar om samen te gaan ? Half bewust beseft zij, dat hij wel danig onder den indruk moet zijn van z'n boodschap, om haar met zooveel onderscheiding te behandelen. Misschien zooals hij met z'n moeder zou gedaan hebben. Hij laat haar voorgaan, rechts loopen, regelt z'n pas naar den haren, helpt haar de tram in... Ongewend laat Neeltje 't zich aanleunen, zelf wel beschaamd over de rare combinatie : hofjesjuffrouw en dandy, 't Is haar een opluchting als ze uit dien vollen, helder-verlichten tramwagen stappen, en dan al gauw de rustige Van Boogerdlaan inslaan.