is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeteneind, stijf-rechtop, handen in den schoot gevouwen, oog in oog met het arme zieltje.

De Herderkens lagen bij nachte,

Ze lagen bij nacht in het veld...

Schraal en beverig hapert de versleten stem door de angstig luisterende kamer. Maar Neeltje overwint haar aandoening wat, al flinker klinkt het:

Ze hielden zoo trouwe de wachte,

Ze hadden hun schaapjes geteld.

De kleine zieke zucht diep van voldoening, een verheerlijking over haar wezen.

Leo Looyers doet een stap en nog een stap nader, zonder het te weten. Wat dokters zeggen, is immers maar menschelijke berekening... 'n Macht toch boven alles uit... Hij staat met opeengeklemde tanden, zonder ademen... Iets moet hij doen. Roepen ? Knielen ?

Daar schittert een licht in het duister, Een licht als het zonlicht zoo klaar,

Groote tranen vloeien over Neeltjes wangen, maar ze zingt voort:

Een Engel verschijnt hun vol luister, Verkondend een vreugdige maar.