is toegevoegd aan uw favorieten.

Amok...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rustige dagen. — 't Mocht wat. Gek, dat ik zoo rusteloos ben en steeds met mijn gedachten bij den baas en Non. — Komt natuurlijk, omdat ik ze zooveel zie en geregeld met ze omga.

Non is teruggekomen. De baas moet nog een paar dagen naar Semarang, een technische kwestie bespreken. Ik heb een briefje van hem gekregen om een bepaald rapport, dat haast heeft, klaar te maken vóór hij terug is. Ik werk daaraan op het kantoor van den administrateur. De eerste chemiker kijkt niet vriendelijk als ik niet in de fabriek kom maar ik voel me sterk met het schrijven van den baas.

„Hm," moppert mijn onmiddellijke chef, ,,de baas is gek met jou." De stemming op de onderneming is in den laatsten tijd nu niet bepaald vriendelijk ten opzichte van mij. Dat merk ik héél goed, maar ik trek er mij niets van aan: de administrateur houdt mij immers de hand boven het hoofd? Wat kunnen dan de anderen mij schelen?

Ik zit aan het bureau van den administrateur en werk ijverig aan het rapport. Als ik aan zooiets bezig ben denk ik aan niets anders. Nóch aan Holland, nóch aan Non, nóch aan mijzelf. Het is een uur of elf in den morgen. Buiten warm, maar in de luchtige werkkamer met de marmeren vloer heerlijk koel. Gewoonlijk komt om dezen tijd de djongos met een glas verfrisschende asemstroop 1). Nu komt Non zelf. Ik kijk op en zie iets

1) asem-stroop = tamarindestroop.