is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dokter zwijgt even, en het is doodstil in de warmte van den molen.

— Ik heb eens een geval meegemaakt van een boer, bij wien ik geen andere diagnose kon vinden, dan dat hij vergiftigd werd. Zijn vrouw verzette er zich tegen om haar man naar een ziekenhuis te doen brengen. De boer stierf, en de vrouw hertrouwde binnen het jaar.

Moet molenaar van Geffen nu van dokter van Taeke vernemen, hoe bijzonder slecht de menschen kunnen zijn? De dokter zit nu voor zich uit te kijken.

— Jaren geleden, lang voordat gij op den molen waart, en voordat ik hier dokter was, moet dat nog eens gebeurd zijn, dat er een knecht dood naar boven werd gehaald.

— Ik heb dat wel eens gehoord, zegt de molenaar.

— Het gebeurde, net als nu, toen een boer een vracht voer bracht. Weet ge wie die boer was?

— Nee?

— De oude Maas, de vader van dezen, die mij nu kwam waarschuwen.

— Dat weet ik niet.

— Maar ik weet dat wel.

De molenaar heeft een gevoel alsof hij ziek gaat worden. Hij staat op. Hij loopt op den meelzolder rond.

— Uw knecht is dood. Ik denk er het mijne van. God zegene u, zegt de dokter.